Noordwest Overijssel

Artikel - Noordwest Overijssel

Noordwest Overijssel

Johan Schoppert

Dat Friesland de bekendste watersportprovincie van Nederland is weten we allemaal. Dat dit terecht is ook. Nergens in Nederland is de infrastructuur van oudsher zo op onze “natte hobby” gericht als in het hoge noorden. Maar er zijn natuurlijk hele fraaie alternatieven in ons kikkerlandje en wellicht het mooiste ligt iets zuidelijker dan Friesland, namelijk Noordwest Overijssel.


Dit schitterende laagveengebied diende vanaf de 16e eeuw voornamelijk als bron voor het verwarmen en bedekken van onze woningen, door middel van turfwinning. Nu is toerisme een zeer belangrijke manier om inkomsten te vergaren.

Tijdens de ijstijd ontstond in Nederland een glooiend landschap, zoals bij Het Hoge Land van Vollenhove en de heuvels bij Steenwijk. Hiertussen lag een lager gebied, waar water in bleef staan door het keileem in de bodem. Ophoping van afgestorven resten van water- en moerasplanten zorgde voor veenvorming. In de loop van de tijd (eeuwen) ontstond hier een metersdikke veenlaag.

Vanaf de vijftiende eeuw werd in het gebied (Weerribben en Wieden) veen gebaggerd. Het natte veen werd gestapeld en gedroogd op ‘legakkers’. Zo werden de zogenaamde “turfbroodjes” gemaakt en er ontstond een levendige handel in deze brandstof. Vanuit de toenmalige zeehavens Zwartsluis en Blokzijl, werd de turf over de Zuiderzee naar Holland vervoerd, zodat men er daar ook lekker warmpjes bijzat. Door het afgraven van het veen, ontstonden zogenaamde ‘trekgaten’ met water. De poreuze legakkers of ‘ribben’ ertussen waren niet bestand tegen golfslag en braken door. En daardoor zien we nu nog fraaie uitgestrekte meren in het gebied, de ‘wijden’ (in plaatselijk dialect “wieden” genoemd).

In de jaren 20 van de vorige eeuw verloor de turf het langzaam van de kolen en ontstond de rietteelt. Het moerasgebied leent zich hiervoor uitstekend en een nieuwe inkomstenbron werd gevonden. Veel inwoners van het gebied hadden meerdere manieren om brood op de plank te krijgen en leefden onder andere van kleinschalige landbouw (keuterboeren), visserij en het telen van riet. Het beste riet van Nederland kwam (en komt nog steeds) uit deze contreien. Met kleine windmolentjes wordt het gebied nat gehouden.

Kortom, een prachtig, rustig en afwisselend landschap met een keur van flora en fauna, die men in andere delen van Nederland niet tegenkomt. Peddelend met een kano of voortglijdend in een bootje met geruisloze elektromotor, ontdekt men het gebied het beste. De meeste mensen weten nog wel een Lisdodde of Waterlelie te herkennen maar ooit gehoord van Krabbenscheer, Zonnedauw of Moeraskartelblad? Wel eens een (ongevaarlijke) ratelslang of otter in het wild tegengekomen? In de Weerribben en Wieden ga je het meemaken als je je ogen de kost geeft.
Steeds meer mensen ontdekken Noordwest Overijssel als recreatiegebied. Er zijn legio vakantieparken en campings rondom de meren in het gebied, de Beulakerwijde, Belterwijde en Schutsloterwijde. Maar zeker voor de watersporter met een motor- of zeiljacht heeft Noordwest Overijssel oneindig veel te bieden!
De leukste dorpen en stadjes:

BLOKZIJL: Een oud handels- en havenstadje aan de voormalige Zuiderzee. In de grote havenkom waan je je nog in de 17e eeuw door de prachtige panden met hun fraaie gevels en rondom deze “havenkolk” wemelt het van de leuke terrasjes en restaurants.

VOLLENHOVE: In tegenstelling tot de andere plaatsen in de omgeving, was Vollenhove (eveneens direct aan de Zuiderzee) een echte vissersplaats. Het stadje telde een enorme vloot van schepen, totdat de afsluitdijk ervoor zorgde dat het zoute water verdween…

GIETHOORN: Het meest bekende dorp van de omgeving. Het “Venetië” van het noorden genoemd. Een groot deel van de huizen is uitsluitend per boot of te voet bereikbaar. Door de film “De Fanfare” van Bert Haanstra, kwam Giethoorn in 1958 als toeristische trekpleister echt op de kaart.

ZWARTSLUIS: Net als Blokzijl was dit een zeehaven waar veel handel met Holland werd gedreven. Daarnaast werden er op de vele werven schepen gebouwd. Zelfs nu nog vindt men in Zwartsluis meerdere werven en toeleveranciers voor zowel beroepsvaart als pleziervaart.

BELT SCHUTSLOOT EN DWARSGRACHT: Beide waterdorpen hebben dezelfde kenmerken als Giethoorn en zijn minstens zo mooi. Het is er echter veel minder toeristisch en dat maakt deze dorpen juist zo aantrekkelijk. Zomers kunt u in beide plaatsen genieten van zogenaamde “gondelvaarten” met schitterend versierde en verlichte vaartuigen.

HASSELT: Dit kleine stadje aan het “Zwarte Water” behoorde zelfs tot de Hanzesteden en ligt aan het begin van de (helaas) grotendeels gedempte Dedemsvaart, welke start in de prachtige stadsgracht. Van oudsher werd hier veel handel gedreven en scheepsbouw gepleegd.

GENEMUIDEN: Met vissen maar voornamelijk biezenmatten maken verdienden de inwoners oorspronkelijk hun boterham. Van deze waterplant maakte men matten, waaruit later de tapijtindustrie ontstond. Best knap dat een stadje met slechts 10.000 inwoners 60% van de landelijke tapijtindustrie voor haar rekening neemt.


De zogenaamde “Kop van Overijssel” heeft dus enorm veel te bieden op zowel cultureel als natuur gebied. Ik zou de steven van mijn boot komende zomer eens op dit fraaie gebied richten!


Facebook Comments "Noordwest Overijssel"